DUTCH LANGUAGE

English Dutch English Dutch
Yes Ja Second Seconde
No Nee Minute Minuut
Please Alstublieft Hour uur
Here you are Alstublieft Day Dag
Yes please Ya, alstublieft Week Week
Thank you Dank u wel Month Maand
No thank you Nee, dank u Year Jaar
You're welcome Geen dank Left Links
Excuse me Pardon Right Rechts
All right Goed Up Omhoog
Okay Akkoord Down Omlaag
Maybe Mischien Good Good
I don't know Ik weet het niet Bad Slecht
Hello Dag/Hallo Big Groot
Goodbye Tot ziens Small Klein
Good morning Goede morgen Many Veel
Good afternoon Goede middag Less Weinig
Good evening Goede avond Cheap Goedkoop
Good night Goede nacht Expensive Duur
See you later Tot straks Hot Heet
Have a nice trip Goede reis Cold Koud
Enjoy your meal Eet smakelijk Old Oud
Cheers Proost New Nieuw
Mondag Maandag Open Open
Tuesday Dinsdag Closed Gesloten
Wednesday Woensdag Entrance Ingang
Thursday Donderdag Exit Uitgang
Friday Vrijdag Who Wie
Saterday Zaterdag What Wat
Sunday Zondag Where Waar
Zero Nul When Wanneer
One Een Why Waarom
Two Twee How Hoe
Three Drie How much Hoeveel
Four Vier Yesterday Gisteren
Five Vijf Today Vandaag
Six Zes Tommorow Morgen
Seven Zeven Car Auto
Eight Acht Train Trein
Nine Negen Taxi Taxi
Ten Tien Airport Luchthaven

Return to the Netherlands Page